Citaat | Hoge Raad 14 november 1997

Alinea 53 Hoge Raad 14 november 1997

Een alinea uit Hoge Raad 14 november 1997, ECLI:NL:HR:1997:ZC2492.

's Hofs oordeel moet worden begrepen tegen de achtergrond van het feit dat Holvrieka van de enquêtes in eerste aanleg gebruik heeft gemaakt om getuigen te doen horen uit wier verklaringen de juistheid van meerbedoelde stellingen zou kunnen worden afgeleid. De door deze getuigen afgelegde verklaringen hebben zowel in eerste aanleg als in hoger beroep onderwerp uitgemaakt van debat. Het Hof heeft deze verklaringen tegenover de gemotiveerde ontkenningen van [verweerster] klaarblijkelijk onvoldoende geoordeeld om daaraan bewijs van meerbedoelde stellingen te ontlenen en heeft kennelijk verder gemeend dat het gezien dit debat op de weg van Holvrieka had gelegen om zo zij in hoger beroep terzake opnieuw getuigen wilde doen horen een nader en op dit debat toegespitst bewijsaanbod te doen, hetgeen zij heeft nagelaten. Een en ander geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is in het licht van de gedingstukken evenmin onbegrijpelijk. Het onderdeel faalt mitsdien.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a26ef201274952e0ca3fdaa79b2a40c6b3f3a0b29d619a29539355de43a97f86. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a26ef201274952e0ca3fdaa79b2a40c6b3f3a0b29d619a29539355de43a97f86, en de alinea staat in dat document op bytes 17465 tot 18457.