Citaat | Hoge Raad 5 december 1997

Alinea 41 Hoge Raad 5 december 1997

Een alinea uit Hoge Raad 5 december 1997, ECLI:NL:HR:1997:ZC2518.

Ter zake van het beroep op art. 31, zesde lid, is het Hof tot een verdeling bij helfte gekomen. Het Hof heeft daartoe onderzocht of de billijkheid wegens de uiteenlopende ernst van de gemaakte fouten of andere omstandigheden van het geval een andere uitkomst eist dan die van de hiervoor weergegeven causaliteitsafweging. Het is daarbij tot de slotsom gekomen dat zulks wel niet wordt geëist door "de ernst van de wederzijds gemaakte fouten", maar wel door de omstandigheden van het geval. Daarbij heeft het Hof mede betekenis toegekend aan "het beperkte inzicht dat een kind van de leeftijd van [betrokkene 2] heeft in het aan zijn gedragingen verbonden gevaar en het beperkte vermogen zich naar dat inzicht te gedragen". Daaraan heeft het Hof toegevoegd dat ook in de rechtsverhouding tussen een regres nemende verzekeraar en de (WAM-verzekeraar van de) houder van het motorrijtuig niet aan "die verminderde mate van verwijtbaarheid" kan worden voorbijgegaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c2ff8a964d03c26a84964f9e36988d40f9db962a05236c0b263f4eb0f851c711. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c2ff8a964d03c26a84964f9e36988d40f9db962a05236c0b263f4eb0f851c711, en de alinea staat in dat document op bytes 11064 tot 12039.