Citaat | Hoge Raad 5 december 1997

Alinea 47 Hoge Raad 5 december 1997

Een alinea uit Hoge Raad 5 december 1997, ECLI:NL:HR:1997:ZC2518.

Zoals in die arresten is geoordeeld, dient in een zodanig geval een eventuele vermindering van de vergoedingsplicht aan de zijde van de bestuurder te geschieden door, met toepassing van de primaire maatstaf van art. 6:101 lid 1, de schade over de regres nemende verzekeraar en de bestuurder (of diens aansprakelijkheidsverzekeraar) te verdelen in evenredigheid met de mate waarin de aan het kind, onderscheidenlijk aan de bestuurder toe te rekenen omstandigheden tot het ontstaan van de aanrijding hebben bijgedragen. Bij deze causaliteitsafweging komt het niet aan op een beoordeling van de mate van verwijtbaarheid. Deze laatste beoordeling komt slechts aan de orde bij toepassing van de in art. 6:101 lid 1 tevens vervatte billijkheidscorrectie, waarvan niet uitgesloten is dat zij ook in een geval als het onderhavige voor toepassing in aanmerking komt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c2ff8a964d03c26a84964f9e36988d40f9db962a05236c0b263f4eb0f851c711. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c2ff8a964d03c26a84964f9e36988d40f9db962a05236c0b263f4eb0f851c711, en de alinea staat in dat document op bytes 14451 tot 15321.