Citaat | Hoge Raad 5 december 1997
Alinea 53 Hoge Raad 5 december 1997
Een alinea uit Hoge Raad 5 december 1997, ECLI:NL:HR:1997:ZC2518.
3.7 Het voorgaande brengt mee dat er voor regresvorderingen onvoldoende reden is om aan de toepassing van de maatstaven van art. 6:101 lid 1 door bijzondere, in de rechtspraak ontwikkelde regels nader vorm te geven. Zoals in de arresten van 2 juni 1995 is overwogen, leidt dit ertoe dat na de door dit artikel primair geëiste causaliteitsafweging ook de daarin opgenomen billijkheidscorrectie nog aan de orde kan komen en dat zulks - anders dan het middel voorstaat - niet beperkt is tot "uitzonderlijke omstandigheden". Rekening moet hier derhalve worden gehouden met alle relevante omstandigheden zowel aan de zijde van de bestuurder als aan de zijde van het verkeersslachtoffer, waaronder zowel de ernst van ieders fout als de mate waarin zijn gedragingen hem kunnen worden verweten. Het gewicht dat in dit verband aan dergelijke omstandigheden aan de zijde van het slachtoffer toekomt, is evenwel van geheel andere orde dan het zeer zware, onderscheidenlijk zware gewicht dat voor vorderingen van het slachtoffer zelf tot de 100%-regel, onderscheidenlijk de 50%-regel heeft geleid. De billijkheidscorrectie zal in de onderhavige gevallen doorgaans slechts tot een bijstelling van beperkte omvang van het resultaat van de causaliteitsafweging kunnen leiden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c2ff8a964d03c26a84964f9e36988d40f9db962a05236c0b263f4eb0f851c711. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c2ff8a964d03c26a84964f9e36988d40f9db962a05236c0b263f4eb0f851c711, en de alinea staat in dat document op bytes 18957 tot 20231.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c2ff8a964d03c26a84964f9e36988d40f9db962a05236c0b263f4eb0f851c711 | shasum -a 256