Citaat | Hoge Raad 19 december 1997

Alinea 71 Hoge Raad 19 december 1997

Een alinea uit Hoge Raad 19 december 1997, ECLI:NL:HR:1997:ZC2532.

In de tweede plaats is het volgende van belang. Het hier toepasselijke art. 7A:1638ll lid 1 (oud) BW bevat met betrekking tot ieder vorderingsrecht tot toekenning van vakantie een verjaringstermijn van twee jaren na het tijdstip waarop de aanspraak is ontstaan. Deze verjaring is, voor zover het de uit eigen hoofde ingestelde rechtsvordering van CNV betreft, gestuit door de dagvaarding in de onderhavige zaak. Een redelijke wetstoepassing brengt evenwel mee dat deze stuiting tevens de rechtsvorderingen van de individuele werknemers heeft gestuit, voor zover deze betrekking hebben op de rechten ter zake waarvan CNV jegens Pennwalt een veroordeling tot nakoming heeft verkregen, zoals ook strookt met het huidige art. 3:316 lid 1 BW, volgens welke bepaling voor stuiting van de verjaring het instellen van een eis of een andere daad van rechtsvervolging ‘’van de zijde van’’ de gerechtigde voldoende is. Deze collectieve stuiting geldt evenwel niet ook voor de eventuele rechtsvorderingen van de individuele werknemers ter zake van schadevergoeding, in het bijzonder die, bedoeld in art. 1638ll lid 2 (oud).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ba786feb6d11f6ac3cf92336fe020232985ff7ee5b54e1f6022492c50e779497. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ba786feb6d11f6ac3cf92336fe020232985ff7ee5b54e1f6022492c50e779497, en de alinea staat in dat document op bytes 17979 tot 19112.