Citaat | Hoge Raad 29 april 1997
Alinea 139 Hoge Raad 29 april 1997
Een alinea uit Hoge Raad 29 april 1997, ECLI:NL:HR:1997:ZD0146.
Voor de rest klopt mijn eerdere verklaring wel. Ik kwam in Holland en ik kreeg contact met [betrokkene 4] . Ik zocht eigenlijk iets in de hashhandel, maar [betrokkene 4] kwam naar mij toe en zei mij, dat ik een gave had (schipper van een jacht), die veel geld kon opleveren. [betrokkene 4] vroeg mij toen of ik een jacht voor hem wilde varen. Op dat moment wist ik dat het om drugs ging. Ik weet niet meer precies wanneer ik hoorde, dat het om cocaïne ging. Ik weet zelfs niet meer wie mij dat vertelde. In ieder geval voor, of op Antigua wist ik waar het om ging. Ik wist ook dat er nooit tets gedaan zou worden in een haven. De lading cocaïne zou op zee worden opgepikt en ook weer op zee worden afgezet. Ik had geen idee waar precies. Ik zou dat later wel horen als het zo ver was en ik moest erheen varen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/03ef99ea347ed1946411c9e60d8994f9f90d4e4087fced95113c30d0dd5c5a06. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 03ef99ea347ed1946411c9e60d8994f9f90d4e4087fced95113c30d0dd5c5a06, en de alinea staat in dat document op bytes 46302 tot 47126.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/03ef99ea347ed1946411c9e60d8994f9f90d4e4087fced95113c30d0dd5c5a06 | shasum -a 256