Citaat | Hoge Raad 29 april 1997

Alinea 140 Hoge Raad 29 april 1997

Een alinea uit Hoge Raad 29 april 1997, ECLI:NL:HR:1997:ZD0146.

Toen we op Antigua kwamen bleek de Fast Lane niet bruikbaar. Ik vroeg [betrokkene 4] , waar we met deze boot naar toe moesten. Hij zei naar Europa. Ik zei hem, dat ik met die boot niet naar Europa zou varen, omdat de boot gewoon niet daarvoor geschikt was. [betrokkene 4] ging toen voor een andere boot op weg. Ik kan nog wel zeggen, dat de papieren van de boot op naam stonden van een Canadese charterfirma, volgens mij uit Montreal, maar dat weet ik niet meer zeker. Er was een officieel formulier van die firma, waar ik mijn naam, althans de naam Johan de Ridder, op gezet heb als zijnde de kapitein van de boot. Op het formulier ontbrak echter de zinsnede dat ik de kapitein was. Er stond alleen dat ik de verantwoordelijke was. Omdat het woord kapitein er niet op voor kwam hadden we onmiddellijk problemen met de douane toen we bijvoorbeeld de dinky in wilden klaren. We moesten $5000 betalen voor invoer, omdat het woord kapitein op het formulier ontbrak. Daarom is dat bootje ook teruggezonden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/03ef99ea347ed1946411c9e60d8994f9f90d4e4087fced95113c30d0dd5c5a06. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 03ef99ea347ed1946411c9e60d8994f9f90d4e4087fced95113c30d0dd5c5a06, en de alinea staat in dat document op bytes 47132 tot 48147.