Citaat | Hoge Raad 29 april 1997
Alinea 157 Hoge Raad 29 april 1997
Een alinea uit Hoge Raad 29 april 1997, ECLI:NL:HR:1997:ZD0146.
De omstandigheid dat de officier van justitie eerst bij gelegenheid van het voeren van het woord overeenkomstig artikel 311 van het Wetboek van Strafvordering voormelde nadere vordering heeft overgelegd, doet niet af aan het feit dat in essentie is voldaan aan de waarborgen die in de desbetreffende artikelen zijn omschreven. Bovendien is het -blijkens het verhandelde ter terechtzitting- voor alle procesdeelnemers duidelijk geweest hoe de definitieve tekst van de telastelegging luidde, welke tekst ook tijdig aan de verdachte is betekend.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/03ef99ea347ed1946411c9e60d8994f9f90d4e4087fced95113c30d0dd5c5a06. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 03ef99ea347ed1946411c9e60d8994f9f90d4e4087fced95113c30d0dd5c5a06, en de alinea staat in dat document op bytes 55122 tot 55677.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/03ef99ea347ed1946411c9e60d8994f9f90d4e4087fced95113c30d0dd5c5a06 | shasum -a 256