Citaat | Hoge Raad 29 april 1997
Alinea 174 Hoge Raad 29 april 1997
Een alinea uit Hoge Raad 29 april 1997, ECLI:NL:HR:1997:ZD0146.
5.3. Gelijk in de toelichting op het middel wordt betoogd blijkt uit het proces-verbaal van de terechtzitting in eerste aanleg van 13 december 1994 niet dat de Officier van Justitie overeenkomstig het bepaalde bij art. 314a, tweede lid, in verbinding met art. 313, eerste lid (oud), Sv voordat hij voor de eerste maal overeenkomstig art. 311 Sv het woord heeft gevoerd de vordering als bedoeld in art. 314a Sv heeft gedaan. Dit leidt, anders dan in het middel wordt betoogd, echter niet tot het oordeel dat de Rechtbank en het Hof ten onrechte hebben beraadslaagd en beslist op de, grondslag van de nader omschreven telastelegging, zoals opgenomen in de hiervoor onder 5.2. sub (iii) bedoelde vordering, en. wel op grond van het volgende.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/03ef99ea347ed1946411c9e60d8994f9f90d4e4087fced95113c30d0dd5c5a06. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 03ef99ea347ed1946411c9e60d8994f9f90d4e4087fced95113c30d0dd5c5a06, en de alinea staat in dat document op bytes 59852 tot 60603.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/03ef99ea347ed1946411c9e60d8994f9f90d4e4087fced95113c30d0dd5c5a06 | shasum -a 256