Citaat | Hoge Raad 18 februari 1997

Alinea 33 Hoge Raad 18 februari 1997

Een alinea uit Hoge Raad 18 februari 1997, ECLI:NL:HR:1997:ZD0645.

5.3. In aanmerking genomen dat de verdachte, naar het Hof blijkens de gebezigde bewijsmiddelen heeft vastgesteld, het slachtoffer [slachtoffer] als patiënt in zijn huisartsenpraktijk had, is 's Hofs oordeel dat het in het middel bedoelde optreden van de verdachte - te weten dat hij die [slachtoffer] in zijn spreekkamer op dwingende toon gebood gebukt te gaan staan - op haar een zodanige psychische druk opleverde dat zij daaraan geen weerstand kon bieden, niet onbegrijpelijk. Door uitgaande van dat oordeel dat optreden aan te merken als een feitelijkheid als bedoeld in art. 242 Sr heeft het Hof geen blijk gegeven van een verkeerde rechtsopvatting. Voorzover het middel zulks miskent faalt het.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6282e2e74b8a345f2f73ff155d21e8d95c73486fe0e84f2967a35fd2ab0ad015. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6282e2e74b8a345f2f73ff155d21e8d95c73486fe0e84f2967a35fd2ab0ad015, en de alinea staat in dat document op bytes 10956 tot 11670.