Citaat | Hoge Raad 18 februari 1997

Alinea 44 Hoge Raad 18 februari 1997

Een alinea uit Hoge Raad 18 februari 1997, ECLI:NL:HR:1997:ZD0645.

6.6. Het Hof heeft door de gebezigde bewijsmiddelen vastgesteld dat de verdachte op 27 juni 1992 met het slachtoffer [slachtoffer] sexuele gemeenschap heeft gehad, dat zij toen nog steeds zijn patiënte was, dat zij in die tijd een uitkering krachtens de Ziektewet ontving, dat zij net een slechte relatie achter de rug had, geïsoleerd was en niemand had om op terug te vallen, dat de verdachte haar dagelijks opbelde, dat hij een psychisch overwicht op haar had en zij geheel in zijn macht verkeerde, dat de verdachte voor 27 juni 1992 al op de hoogte was van haar psychische problemen en dat zij van hem niet met haar psychiater over haar relatie met de verdachte mocht spreken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6282e2e74b8a345f2f73ff155d21e8d95c73486fe0e84f2967a35fd2ab0ad015. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6282e2e74b8a345f2f73ff155d21e8d95c73486fe0e84f2967a35fd2ab0ad015, en de alinea staat in dat document op bytes 15346 tot 16040.