Citaat | Hoge Raad 18 februari 1997

Alinea 45 Hoge Raad 18 februari 1997

Een alinea uit Hoge Raad 18 februari 1997, ECLI:NL:HR:1997:ZD0645.

6.7. In aanmerking genomen dat het Hof kennelijk en in het licht van het hiervoor onder 6.6 overwogene niet onbegrijpelijk heeft geoordeeld dat zich de hiervoor onder 6.5 bedoelde uitzonderingssituatie niet heeft voorgedaan, heeft het Hof door het bewezenverklaarde feit te kwalificeren als hiervoor onder 6.2 vermeld geen blijk gegeven van miskenning van art. 249, tweede lid onder 3º, Sr. Gelet op de hiervoor onder 6.6 weergegeven vaststellingen van het Hof is de bewezenverklaring, ook in het licht van het door de verdachte gevoerde verweer dat hij ten tijde van het plegen van het feit een andere dan een functionele relatie had met het slachtoffer [slachtoffer] , toereikend gemotiveerd, wat er ook zij van de in de toelichting op het middel weergegeven overwegingen van het Hof naar aanleiding van dit verweer.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6282e2e74b8a345f2f73ff155d21e8d95c73486fe0e84f2967a35fd2ab0ad015. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6282e2e74b8a345f2f73ff155d21e8d95c73486fe0e84f2967a35fd2ab0ad015, en de alinea staat in dat document op bytes 16089 tot 16921.