Citaat | Hoge Raad 24 juni 1997
Alinea 20 Hoge Raad 24 juni 1997
Een alinea uit Hoge Raad 24 juni 1997, ECLI:NL:HR:1997:ZD0782.
4.3. Hier is derhalve sprake van een omstandigheid als bedoeld in art. 457, eerste lid, aanhef en onder 2°, Sv, zodat de aanvrage gegrond is. Aangezien reeds thans vaststaat dat na verwijzing van de zaak ingevolge art. 465, tweede lid, Sv geen andere beslissing kan volgen dan de niet-ontvankelijkverklaring van de Officier van Justitie in zijn vervolging, zal de Hoge Raad om doelmatigheidsredenen de zaak zelf afdoen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bb4d01f095830b5d5d1a002ff17fffefed298ebd068e3c84a34a5e15176da5b9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bb4d01f095830b5d5d1a002ff17fffefed298ebd068e3c84a34a5e15176da5b9, en de alinea staat in dat document op bytes 8732 tot 9166.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bb4d01f095830b5d5d1a002ff17fffefed298ebd068e3c84a34a5e15176da5b9 | shasum -a 256