Citaat | Hoge Raad 23 december 1998

Alinea 5 Hoge Raad 23 december 1998

Een alinea uit Hoge Raad 23 december 1998, ECLI:NL:HR:1998:AA2273.

3. Beoordeling van het middel van cassatie 3.1. Het Hof heeft niet aannemelijk geacht dat belanghebbende, die stelt niet over fiscale kennis te beschikken, de beoordeling van de primitieve aanslag, die sterk afweek van de voorlopige aanslagen, niet mede deed in samenspraak met zijn belastingadviseur, welke laatste toch overigens alle fiscale aangelegenheden van belanghebbende, zijn broer en hun zakelijke activiteiten verzorgde en verzorgt. In dit oordeel ligt besloten dat de bij het opleggen van de primitieve aanslag gemaakte vergissing voor belanghebbende kenbaar was. Dit oordeel geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en kan als verweven met waarderingen van feitelijke aard voor het overige in cassatie niet op zijn juistheid worden getoetst. Voorzover het middel tegen dit oordeel opkomt, faalt het derhalve.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fd638fee7514db8cf16f9c7ba7ac91df586e4a50cb9fe23d3907dbd1c8693e5b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fd638fee7514db8cf16f9c7ba7ac91df586e4a50cb9fe23d3907dbd1c8693e5b, en de alinea staat in dat document op bytes 6247 tot 7091.