Citaat | Hoge Raad 31 augustus 1998
Alinea 40 Hoge Raad 31 augustus 1998
Een alinea uit Hoge Raad 31 augustus 1998, ECLI:NL:HR:1998:AA2360.
"(blz. 18) Ambtshalve cassatie. Het is dit instituut, dat aan het werk in de Belastingkamer zijn bijzondere bekoring verleent, doch ook den aan een zaak te besteden tijd belangrijk kan vergroten. (...) De belastingplichtige krijgt als het ware gratis hulp van vijf cassatie-advocaten van den eerste rang. (...) (blz. 19) (...) Een (...) factor ligt in de hantering van het opportuniteitsbeginsel, dat overal een rol speelt, waar de rechter ambtshalve vermag in te grijpen. Het valt dikwijls niet moeilijk (...) uitspraken (...) te vernietigen op grond van het voorschrift (...) dat de uitspraken met redenen moeten zijn omkleed. Doch aan de hand van het dossier valt veelal wel te voorspellen, dat de beslissing uiteindelijk niet anders zal (...) uitvallen. Veelvuldig zijn de gevallen van twijfel, of het zin en nut - ook tot lering van den betreffenden Raad van Beroep - heeft op een bepaald punt (blz. 20) al dan niet te vernietigen (...)"
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d7ea76f3ed426dfaf19567b3ba61dc4b38ee9ec14b6e188533f5e472612e2859. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d7ea76f3ed426dfaf19567b3ba61dc4b38ee9ec14b6e188533f5e472612e2859, en de alinea staat in dat document op bytes 13406 tot 14363.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d7ea76f3ed426dfaf19567b3ba61dc4b38ee9ec14b6e188533f5e472612e2859 | shasum -a 256