Citaat | Hoge Raad 31 augustus 1998

Alinea 56 Hoge Raad 31 augustus 1998

Een alinea uit Hoge Raad 31 augustus 1998, ECLI:NL:HR:1998:AA2360.

"Moeten wij het (...) ervoor houden dat de rechter het niet-gemotiveerde beroep alleen dàn niet-ontvankelijk verklaart wanneer hij ook geen aanleiding ziet tot ambtshalve vernietiging van de bestreden uitspraak? Dat is niet uitgesloten, alhoewel het onderhavige arrest daarover geen uitsluitsel verschaft. Toch doet zich hier een niet geringe moeilijkheid voor. Als het vorenstaande juist is, zou de rechter zich eerst, al is het slechts marginaal, in de zaak moeten verdiepen alvorens zich te kunnen uitspreken over de ontvankelijkheid van het beroep. Aldus doende zou hij het beroep op de keper beschouwd al in behandeling hebben genomen, en zou het moment van de beoordeling van de ontvankelijkheid dus eigenlijk reeds gepasseerd zijn. Het is denkbaar dat de Hoge Raad van oordeel is dat deze tegenstrijdigheid hem belet niet-gemotiveerde cassatieberoepen ambtshalve te toetsen, en dat wij dit in het onderhavige arrest ook moeten lezen. Voor zover art. 6:6 Awb ruimte biedt om in uitzonderingsgevallen toch een niet-gemotiveerd beroep in behandeling te nemen, dreigt deze bepaling in dat geval een dode letter te worden. Vanwege het belang van de rechtsbescherming bepleit ik echter dat de rechter de genoemde ruimte wel degelijk benut om in te grijpen ingeval de aangevallen beslissing een in het oog springende fout ten nadele van de belanghebbende bevat."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d7ea76f3ed426dfaf19567b3ba61dc4b38ee9ec14b6e188533f5e472612e2859. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d7ea76f3ed426dfaf19567b3ba61dc4b38ee9ec14b6e188533f5e472612e2859, en de alinea staat in dat document op bytes 18982 tot 20359.