Citaat | Hoge Raad 28 januari 1998
Alinea 33 Hoge Raad 28 januari 1998
Een alinea uit Hoge Raad 28 januari 1998, ECLI:NL:HR:1998:AA2396.
"(...) Ter versterking van de identificatieplicht is (...) het anoniementarief in stelling gebracht. Dit tarief geldt (...) voor de werknemer van wie de identiteit niet is vastgesteld aan de hand van een toegelaten identiteitsbewijs. Art. 26b Wet LB 1964 noemt daarbij niet de bijkomende verplichting voor de werkgever een afschrift van het identiteitsbewijs te bewaren. Het niet voldoen aan die verplichting leidt dus niet tot toepassing van het anoniementarief, zoals Hof 's-Gravenhage (...) terecht besliste. (...)"
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/74b40321848d3ffe55d566670d552d9374a45792a161e4fc75e91250b9db134f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 74b40321848d3ffe55d566670d552d9374a45792a161e4fc75e91250b9db134f, en de alinea staat in dat document op bytes 15313 tot 15847.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/74b40321848d3ffe55d566670d552d9374a45792a161e4fc75e91250b9db134f | shasum -a 256