Citaat | Hoge Raad 4 februari 1998
Alinea 13 Hoge Raad 4 februari 1998
Een alinea uit Hoge Raad 4 februari 1998, ECLI:NL:HR:1998:AA2409.
3.4.3. Opmerking verdient nog dat weliswaar ingevolge artikel 11, lid 1, aanhef en letter a, tweede volzin, van de Richtlijn het feit dat een aandelenruil niet plaatsvindt op grond van zakelijke overwegingen, kan doen veronderstellen dat die transactie als hoofddoel of een van de hoofddoelen belastingfraude of - ontwijking heeft, maar dat, naar het Hof van Justitie in punt 2b van het dictum van het hiervóór in 2 vermeld arrest heeft beslist, voor een rechtsvermoeden van die strekking eerst plaats is na vaststelling met inachtneming van het evenredigheidsbeginsel van de daartoe noodzakelijke nationale bepalingen, hetgeen in de nationale wetgeving van Nederland niet is geschied. 4.Proceskosten De Hoge Raad acht termen aanwezig om ten aanzien van de proceskosten die belanghebbende in verband met het geding in cassatie redelijkerwijs heeft moeten maken, te beslissen als hierna zal worden vermeld.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8cd9ddebb869cfc653e008e4bc64f29a44d1bd395ab2abd743af316e0d3fd007. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8cd9ddebb869cfc653e008e4bc64f29a44d1bd395ab2abd743af316e0d3fd007, en de alinea staat in dat document op bytes 10405 tot 11326.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8cd9ddebb869cfc653e008e4bc64f29a44d1bd395ab2abd743af316e0d3fd007 | shasum -a 256