Citaat | Hoge Raad 18 februari 1998
Alinea 76 Hoge Raad 18 februari 1998
Een alinea uit Hoge Raad 18 februari 1998, ECLI:NL:HR:1998:AA2451.
"dat de aanmerkelijk-belangheffing (...) beoogt te voorkomen dat de aandeelhouder met een machtspositie vrij van inkomstenbelasting over een inkomenswaarde zou beschikken; dat de veronderstelling van zodanige machtspositie geacht moet worden mede ten grondslag te liggen aan het middellijk aandeelhouderschap dat blijkens de bepaling van artikel 39, lid 3, (...) ook in aanmerking wordt genomen bij de beoordeling of een aanmerkelijk belang wordt aanwezig geacht; dat geen reden valt aan te wijzen waarom in deze veronderstelling niet zowel onmiddellijk als middellijk aandeelhouderschap, niet alleen voor wat betreft de belastingplichtige, maar ook voor wat betreft de in [genoemde] bepaling bedoelde andere personen, bij deze beoordeling in aanmerking moet worden genomen (...)"
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/37dec2ee86e2aab0a20cc4a0c6d00694de0276b0915748915a09f7433a03d606. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 37dec2ee86e2aab0a20cc4a0c6d00694de0276b0915748915a09f7433a03d606, en de alinea staat in dat document op bytes 32238 tot 33032.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/37dec2ee86e2aab0a20cc4a0c6d00694de0276b0915748915a09f7433a03d606 | shasum -a 256