Citaat | Hoge Raad 11 maart 1998
Alinea 105 Hoge Raad 11 maart 1998
Een alinea uit Hoge Raad 11 maart 1998, ECLI:NL:HR:1998:AA2453.
"3.1. (...) zijn belanghebbende en B Holding BV overeengekomen dat laatstgenoemde vennootschap haar vordering op belanghebbende (...) als informele kapitaalstorting zou inbrengen in belanghebbende. Deze inbreng heeft ook plaatsgevonden. (...) 3.3. (...) bij de beoordeling van de waarde [van de vordering] moet worden uitgegaan van de nominale waarde, zijnde het bedrag van de schuld waarvan belanghebbende als debiteur wordt bevrijd."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bf3d2b2f3bb802c2b2f9c65de17b653c4a9b0de018bf8d7934d5882c39fda24f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bf3d2b2f3bb802c2b2f9c65de17b653c4a9b0de018bf8d7934d5882c39fda24f, en de alinea staat in dat document op bytes 43075 tot 43524.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bf3d2b2f3bb802c2b2f9c65de17b653c4a9b0de018bf8d7934d5882c39fda24f | shasum -a 256