Citaat | Hoge Raad 11 maart 1998
Alinea 119 Hoge Raad 11 maart 1998
Een alinea uit Hoge Raad 11 maart 1998, ECLI:NL:HR:1998:AA2453.
"(blz. 6) (...) 3.9 (...) (blz. 7) Ten aanzien van het aflossen (...) geldt dat deze tenminste à pari diende te geschieden. Er is dus wel degelijk een (...) vast bedrag dat tenminste moest worden betaald. Deze aflossing zou niet afhankelijk van de winst van N.V. X zijn. De omstandigheid dat bij aflossing een surplus betaald zou moeten worden, maakt de houders van de obligaties niet tot deelnemers, zij vormt een onderdeel van het geheel van rechten die de houders als schuldeisers hebben. (...)"
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bf3d2b2f3bb802c2b2f9c65de17b653c4a9b0de018bf8d7934d5882c39fda24f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bf3d2b2f3bb802c2b2f9c65de17b653c4a9b0de018bf8d7934d5882c39fda24f, en de alinea staat in dat document op bytes 49984 tot 50497.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bf3d2b2f3bb802c2b2f9c65de17b653c4a9b0de018bf8d7934d5882c39fda24f | shasum -a 256