Citaat | Hoge Raad 11 maart 1998
Alinea 122 Hoge Raad 11 maart 1998
Een alinea uit Hoge Raad 11 maart 1998, ECLI:NL:HR:1998:AA2453.
"(blz. 7) (...) 2.8.5. In beroep stelt N.V. X de waarde van haar verplichtingen jegens de houders van de obligaties ten tijde van de omwisseling op f L. Na aftrek van de nominale waarde van de obligaties en die van de door omwisseling verkregen aandelen ad f G berekent N.V. X een vermogensachteruitgang van f K, die zij als kosten van geldlening ten laste van haar winst wenst te brengen. (...) (blz. 9) (...) 5.2. Vergelijking van de voorwaarden waaronder de cumprefs respectievelijk de obligaties zijn uitgegeven, wijst uit dat: - de rente op de obligaties gelijk is aan de winstuitdeling op de cumprefs en gelijktijdig (...) wordt uitgekeerd; - niet-contante uitkeringen op de cumprefs (...) tot een dienovereenkomstige uitkering in contanten aan de obligatiehouders leidt; - terugbetaling op de cumprefs leidt tot dienovereenkomstige terugbetaling op de obligaties; - bij ontbinding van de vennootschap de aflossingsrechten van de obligatiehouders worden gevoegd bij de uitkeringsrechten van de houders van de cumprefs en naar rato van de nominale waarden aan beiden worden uitgekeerd. 5.3. Verschillen tussen de rechten van obligatiehouders en de houders van cumprefs zijn met name dat: - obligatiehouders geen stemrecht hebben (...); - de obligaties een vaste looptijd hebben tot 1 mei 2033 en alsdan ten minste tegen pari of tegen een hoger gemiddelde van de beurskoersen van de cumprefs aflosbaar zijn (...) (blz. 10) (...) 5.4.1. Naar het oordeel van het Hof zijn de rechten van de obligatiehouders, gelet op het hiervoor overwogene, in zodanige mate gelijk aan en zo nauw verbonden met de rechten van de houders van de certificaten van de cumulatief preferente aandelen dat de obligatiehouders ten opzichte van de certificaathouders in vergelijkbare mate bij de onderneming van N.V. X betrokken zijn en daarin in vergelijkbare mate deel hebben. (...) Uit de koppeling van het aflossingsbedrag aan de waarde van de cumulatief preferente aandelen in de drie jaren voorafgaande aan de aflossing volgt, mede gelet op de relatief hoge vaste rente van 10%, dat hetgeen boven pari zou worden uitgekeerd in wezen een aandeel in de reserves van de vennootschap betreft dat overeenkomt met de rechten op die reserves van de genoemde aandeelhouders. Aflossing door de vennootschap onder uitkering van dergelijke reserves moet worden gelijkgesteld met inkoop van aandelen. 5.4.2. Aan het onder 5.4.1. overwogene doet onvoldoende af dat de certificaathouders, anders dan de obligatiehouders, (...) van hun stemrecht gebruik kunnen maken. Daarbij zij voorts opgemerkt dat (...) nagenoeg alle obligatiehouders tevens houders zijn van certificaten van cumprefs. 5.4.3. Voorts doet aan het oordeel onder 5.4.1. onvoldoende af dat de lening een in beginsel vaste looptijd van 50 jaar kende. Deze looptijd is zodanig lang dat niet enkel op die grond van vreemd vermogen kan worden gesproken. (...) 5.5. Het vorenstaande brengt mede dat de omwisseling (...) (blz. 11) (...) tot de kapitaalsfeer behoort en de verlies- en winstrekening niet raakt. (...)"
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bf3d2b2f3bb802c2b2f9c65de17b653c4a9b0de018bf8d7934d5882c39fda24f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bf3d2b2f3bb802c2b2f9c65de17b653c4a9b0de018bf8d7934d5882c39fda24f, en de alinea staat in dat document op bytes 50675 tot 53735.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bf3d2b2f3bb802c2b2f9c65de17b653c4a9b0de018bf8d7934d5882c39fda24f | shasum -a 256