Citaat | Hoge Raad 11 maart 1998

Alinea 72 Hoge Raad 11 maart 1998

Een alinea uit Hoge Raad 11 maart 1998, ECLI:NL:HR:1998:AA2453.

"(...) Met name heb ik er bezwaar tegen, dat het brengen van de ledenschuldrekeningen in artikel 9, lid 2, eigenlijk uitgaat van de fictie dat geleende gelden gelijkgesteld kunnen worden met aandelenkapitaal in een n.v. Ik ben het daarmee niet eens. Ik meen, dat alleen indien sprake is van eigen vermogen van de ondernemer - dat wil derhalve zeggen: middelen die aan de ondernemer zijn toevertrouwd op zodanige wijze, dat zij zonder tussenkomst van de geldgever aangewend kunnen worden voor het dekken van verliezen van de onderneming - de beloning voor dit vermogen fiscaal geen bedrijfslast is. Ik ben dus van mening, dat in alle andere gevallen, dus ook bij de ledenschuldrekening bij coöperaties, het fiscaal een bedrijfslast is."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bf3d2b2f3bb802c2b2f9c65de17b653c4a9b0de018bf8d7934d5882c39fda24f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bf3d2b2f3bb802c2b2f9c65de17b653c4a9b0de018bf8d7934d5882c39fda24f, en de alinea staat in dat document op bytes 32046 tot 32796.