Citaat | Hoge Raad 11 maart 1998
Alinea 93 Hoge Raad 11 maart 1998
Een alinea uit Hoge Raad 11 maart 1998, ECLI:NL:HR:1998:AA2453.
"4.2. (...) heeft het Hof terecht vooropgesteld dat ter beantwoording van de vraag of (...) een geldverstrekking door een moedervennootschap aan haar dochtervennootschap als een geldlening dan wel als een kapitaalverstrekking heeft te gelden, als regel (...) de civielrechtelijke vorm beslissend is voor de fiscale gevolgen. 4.3. Deze regel lijdt (...) uitzondering (...) 2. indien "de lening is verstrekt onder zodanige voorwaarden dat de schuldeiser met het door hem uitgeleende bedrag in zekere mate deel heeft in de onderneming van de schuldenaar". 4.4. (...) Van deze regel is ook uitgezonderd het geval dat een belastingplichtige op grond van zijn positie als aandeelhouder in een vennootschap (...) aan deze vennootschap een geldlening verstrekt onder zodanige omstandigheden dat aan de uit die lening voortspruitende vordering, naar hem reeds aanstonds duidelijk moet zijn geweest, voor het geheel of voor een gedeelte geen waarde toekomt omdat het door hem ter leen verstrekte bedrag niet of niet ten volle zal kunnen worden terugbetaald, zodat het geheel of gedeeltelijk zijn vermogen - voor zover dat niet bestaat uit de aandelen in de dochtervennootschap - blijvend heeft verlaten."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bf3d2b2f3bb802c2b2f9c65de17b653c4a9b0de018bf8d7934d5882c39fda24f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bf3d2b2f3bb802c2b2f9c65de17b653c4a9b0de018bf8d7934d5882c39fda24f, en de alinea staat in dat document op bytes 38694 tot 39902.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bf3d2b2f3bb802c2b2f9c65de17b653c4a9b0de018bf8d7934d5882c39fda24f | shasum -a 256