Citaat | Hoge Raad 18 maart 1998

Alinea 7 Hoge Raad 18 maart 1998

Een alinea uit Hoge Raad 18 maart 1998, ECLI:NL:HR:1998:AA2485.

Ondernemers die op hun bedrijf droge pluimveemest produceren en deze mest niet ieder jaar afzetten, komen nu toch in aanmerking voor een jaarlijkse korting op de overschotheffing. Dit heeft minister ir. G. Braks (landbouw en visserij) besloten. Het gaat hier om bijvoorbeeld deeppit-stallen, waarin de droge mest vaak enkele jaren achtereen wordt opgeslagen en waarbij dus geen sprake is van jaarlijkse afzet van droge mest. Aanvankelijk moesten deze pluimveehouders eerst de volledige overschotheffing betalen en pas nadat de mest feitelijk was afgezet konden zij aanspraak maken op een korting. Pluimveehouders die van de nieuwe mogelijkheid gebruik willen maken moeten behalve het aangifteformulier overschotheffing ook een bijlage meesturen naar het Bureau Heffingen in Q. Daarin moet men aangeven hoeveel kilogrammen fosfaat droge pluimveemest in het betreffende jaar is geproduceerd, die nog niet buiten het eigen bedrijf is afgezet. Daarnaast moet men aangeven in welk jaar de afzet vermoedelijk zal plaatsvinden. Bij deze nieuwe mogelijkheid geldt wel de voorwaarde dat de daadwerkelijke afzet uiterlijk moet plaatsvinden in het vierde jaar na de produktie van de mest. Voor het jaar 1987 kan tot 1 oktober a.s. alsnog een bijlage met de gevraagde gegevens naar het Bureau Heffingen worden gestuurd."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/560cfaf2c9d8709e1d40203e0d13934eec702cec20ae347489ede8dd5a4a8075. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 560cfaf2c9d8709e1d40203e0d13934eec702cec20ae347489ede8dd5a4a8075, en de alinea staat in dat document op bytes 6941 tot 8264.