Citaat | Hoge Raad 16 december 1998

Alinea 11 Hoge Raad 16 december 1998

Een alinea uit Hoge Raad 16 december 1998, ECLI:NL:HR:1998:AA2577.

3.4. In deze oordelen ligt besloten het oordeel dat de tussen partijen vaststaande feiten geen andere gevolgtrekking toelaten dan dat belanghebbende ter zake van de exploitatie in het naheffingstijdvak van eerderbedoelde winkelketen niet als de ondernemer als bedoeld in artikel 12, lid 1, van de Wet op de omzetbelasting 1968 kan worden aangemerkt. Dit oordeel wordt door het middel terecht bestreden, aangezien de inhoud van de stukken van het geding noch hetgeen het Hof heeft vastgesteld met betrekking tot het ter zitting van het Hof verhandelde, ook niet in onderlinge samenhang bezien, dwingt tot de gevolgtrekking dat partijen voor het Hof ten onrechte ervan zijn uitgegaan dat belanghebbende te dezen als de ondernemer kon worden aangemerkt. De verklaringen van belanghebbende en de Inspecteur inzake de vraag wie in het naheffingstijdvak de feitelijke leiding van de onderneming had, kunnen daaraan niet afdoen, nu ook deze verklaringen geen uitsluitsel geven over de vraag wie te dezen heeft te gelden als de ondernemer. Het Hof is derhalve buiten de rechtsstrijd van partijen getreden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b0073e2144144f7b6a87633dd88ebe19d6fe31fdc3fdca3c08eb36d5c4473f06. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b0073e2144144f7b6a87633dd88ebe19d6fe31fdc3fdca3c08eb36d5c4473f06, en de alinea staat in dat document op bytes 6530 tot 7641.