Citaat | Hoge Raad 6 januari 1998

Alinea 27 Hoge Raad 6 januari 1998

Een alinea uit Hoge Raad 6 januari 1998, ECLI:NL:HR:1998:AA9342.

De omstandigheid dat de feitelijke grondslag van het hypothetisch aangenomen uitgangspunt niet vaststond, had tot gevolg dat het Hof na terugwijzing - overeenkomstig hetgeen de Hoge Raad onder 7.2 van zijn arrest had opgemerkt - alsnog diende te onderzoeken of de bedoelde veronderstelling juist was. Bij een bevestigende beantwoording van die vraag zou de verdachte ter zake van het subsidiair telastegelegde uit hoofde van eigen daderschap kunnen worden vervolgd en veroordeeld, indien overigens aan de voorwaarden daarvan zou zijn voldaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ded3a9bc4bb64fb9f0bacf1e115b138f455ff307c22bb4d8f34dc006c0538d1f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ded3a9bc4bb64fb9f0bacf1e115b138f455ff307c22bb4d8f34dc006c0538d1f, en de alinea staat in dat document op bytes 12117 tot 12672.