Citaat | Hoge Raad 6 januari 1998

Alinea 47 Hoge Raad 6 januari 1998

Een alinea uit Hoge Raad 6 januari 1998, ECLI:NL:HR:1998:AA9342.

De Memorie van Toelichting bij het wetsvoorstel dat heeft geleid tot invoering van art. 51 Sr houdt namelijk onder meer in: "Bij een figuur die in zo uiteenlopende verschijningsvormen en functies aan het maatschappelijk verkeer deelneemt als de publiekrechtelijke rechtspersoon is de vraag of strafbaarheid in beginsel dient te worden uitgesloten aanvaard in het algemeen niet te beantwoorden. Een zinvolle benadering lijkt alleen mogelijk, indien onderscheid wordt gemaakt tussen verschillende casusposities. De meest voor de handliggende differentiatie is dan wel die waarbij onderscheid wordt gemaakt al naar gelang het strafbare feit is te plaatsen in het verband van de algemene of specifieke bestuurstaak waarmee het publiekrechtelijk lichaam is belast dan wel is gepleegd binnen het kader van een ondernemingsactiviteit die ook door particulieren wordt of kan worden verricht. (...) In het tweede geval, wanneer de publiekrechtelijke rechtspersoon als ondernemer heeft gehandeld, bestaat er geen voldoende grond haar anders bejegenen dan privaatrechtelijke rechtspersonen die dezelfde of vergelijkbare ondernemingsactiviteiten verrichten.(...) Daarom kan een bijzondere wettelijke voorziening beter achterwege blijven. Het gaat hier om een weerbarstige materie die moeilijk in wetsbepalingen vatten" (Kamerstukken II, 1975-1976, 13 "nr. 3, blz. 21).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ded3a9bc4bb64fb9f0bacf1e115b138f455ff307c22bb4d8f34dc006c0538d1f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ded3a9bc4bb64fb9f0bacf1e115b138f455ff307c22bb4d8f34dc006c0538d1f, en de alinea staat in dat document op bytes 18986 tot 20355.