Citaat | Hoge Raad 6 januari 1998

Alinea 49 Hoge Raad 6 januari 1998

Een alinea uit Hoge Raad 6 januari 1998, ECLI:NL:HR:1998:AA9342.

Uit de rechtspraak blijkt reeds dat niet iedere gedraging van een lagere overheid aan strafrechtelijke controle is onttrokken; vgl. HR 19 maart 1991, NJ 1992,122, HR 9 juni 1992, NJ 1992,794, HR 8 juli 1992, NJ 1993,12. De Hoge Raad heeft echter de strafrechtelijke immuniteit van openbare lichamen in de zin van hoofdstuk 7 Gw erkend, indien deze een gedraging verrichten ter behartiging van een bij de wet aan dergelijke openbare lichamen opgedragen specifieke bestuurstaak (HR 27 okt. 1981, NJ 1982, 474; HR 10 nov. 1987, NJ 1988, 303). Aan het arrest van de Hoge Raad van 23 april 1996 ligt deze regel mede ten grondslag. Nadere eisen zijn aan het toekennen van die immuniteit tot heden niet gesteld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ded3a9bc4bb64fb9f0bacf1e115b138f455ff307c22bb4d8f34dc006c0538d1f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ded3a9bc4bb64fb9f0bacf1e115b138f455ff307c22bb4d8f34dc006c0538d1f, en de alinea staat in dat document op bytes 20628 tot 21345.