Citaat | Hoge Raad 6 januari 1998

Alinea 56 Hoge Raad 6 januari 1998

Een alinea uit Hoge Raad 6 januari 1998, ECLI:NL:HR:1998:AA9342.

Uit de in 5.5 omschreven ontwikkelingen en de gewijzigde opvattingen, zoals deze mede blijken uit de parlementaire discussie en uit de door de Tweede Kamer aangenomen motie, volgt dat er thans sprake is van een zodanig algemene opvatting dat lagere overheden in ruimere mate vervolgd moeten kunnen worden, dat de Hoge Raad aanleiding vindt de in 5.3 bedoelde regel, die in een aantal gevallen tot uitkomsten leidt die maatschappelijk als ongewenst worden ervaren, te heroverwegen. Daarbij verdient aantekening dat de tekst van art. 51 Sr noch de wetsgeschiedenis welke daaraan ten grondslag ligt, daaraan in de weg staat, teminder waar de wetsgeschiedenis uitdrukkelijk vermeldt dat het hier gaat om een weerbarstige materie die moeilijk in wetsbepalingen is te vatten en dus aan de rechter wordt overgelaten (vgl. Kamerstukken II, 1975-1976, 13 655, nr. 3, blz. 21).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ded3a9bc4bb64fb9f0bacf1e115b138f455ff307c22bb4d8f34dc006c0538d1f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ded3a9bc4bb64fb9f0bacf1e115b138f455ff307c22bb4d8f34dc006c0538d1f, en de alinea staat in dat document op bytes 26550 tot 27430.