Citaat | Hoge Raad 6 januari 1998

Alinea 67 Hoge Raad 6 januari 1998

Een alinea uit Hoge Raad 6 januari 1998, ECLI:NL:HR:1998:AA9342.

6.1. Bij zijn arrest van 23 april 1996 heeft de Hoge Raad geoordeeld dat de omstandigheid dat de rechtspersoon zelf niet kan worden vervolgd omdat deze een openbaar lichaam is in de zin van Hoofdstuk 7 Gw en optreedt ter vervulling van een in de wet opgedragen bestuurstaak, meebrengt dat strafvervolging evenmin kan worden ingesteld tegen ambtenaren en arbeidscontractanten in dienst van het openbaar li chaam indien deze in die hoedanigheid ter uitvoering van die bestuurstaak opdracht hebben gegeven tot of feitelijke leiding hebben gegeven aan de verboden gedraging. Dientengevolge moet eerst worden beoordeeld of in dit geval de Gemeente zelf kan worden vervolgd. Indien dit niet het geval is, zal het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk zijn in de vervolging van de verdachte ter zake van het primair telas tegelegde.Het middel stelt dit punt aan de orde.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ded3a9bc4bb64fb9f0bacf1e115b138f455ff307c22bb4d8f34dc006c0538d1f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ded3a9bc4bb64fb9f0bacf1e115b138f455ff307c22bb4d8f34dc006c0538d1f, en de alinea staat in dat document op bytes 30784 tot 31660.