Citaat | Hoge Raad 9 januari 1998

Alinea 35 Hoge Raad 9 januari 1998

Een alinea uit Hoge Raad 9 januari 1998, ECLI:NL:HR:1998:ZC2541.

De Rechtbank heeft op grond van het erfelijke karakter van de afwijking aangenomen dat de hond reeds ten tijde van de levering erfelijk met heupdysplasie belast was. Na zich te hebben laten voorlichten door een door haar benoemde deskundige heeft de Rechtbank in haar eindvonnis allereerst vastgesteld dat de hond door de heupdysplasie in de voor honden normale manier van bewegen beperkt zou moeten worden, zodat niet meer kan worden gesproken van een normale bewegingsvrijheid, zoals Huberts die van de hond mocht verwachten. Hieruit volgt, aldus de Rechtbank, dat een normaal gebruik van de hond vóór de operaties niet meer mogelijk was. De Rechtbank heeft vervolgens onderzocht of het gebrek van de hond, bestaande uit deze beperkte bewegingsvrijheid, veroorzaakt is door de ziekte. "Slechts in dat geval", aldus de Rechtbank, "kan gezegd worden dat de hond reeds ten tijde van de aflevering niet aan de overeenkomst beantwoordde, hetgeen mitsdien voor risico van Brok als verkoper dient te komen. Indien het gebrek ontstaan is vanwege factoren die niet in de ziekte van de hond zijn gelegen, komt ingevolge het bepaalde van artikel 7:10 BW, voornoemd gebrek voor risico van Huberts als koper."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/20fa8ff6904cc44da026a845480153533780fb8c8f440c510a2e9e060bddbcd1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 20fa8ff6904cc44da026a845480153533780fb8c8f440c510a2e9e060bddbcd1, en de alinea staat in dat document op bytes 9391 tot 10604.