Citaat | Hoge Raad 3 april 1998

Alinea 27 Hoge Raad 3 april 1998

Een alinea uit Hoge Raad 3 april 1998, ECLI:NL:HR:1998:ZC2621.

Bij tussenarrest van 30 maart 1994 heeft het Hof [verweerder] in de gelegenheid gesteld de ten processe bedoelde afrekening over te leggen en [eiser] in de gelegenheid gesteld getuigen voor te brengen. Na op 31 mei 1994 en op 18 oktober 1994 gehouden getuigenverhoren heeft het Hof bij eindarrest van 21 augustus 1996 het bestreden vonnis bekrachtigd en [eiser] veroordeeld in de kosten van het geding, aan de zijde van [verweerder] begroot op ƒ 350,-- aan vastrecht en ƒ 28.400,-- voor salaris procureur.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9fbd17d3fa6bf60eb2210445e983b941692b79ba5202d7b513485cbb2d74ca7e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9fbd17d3fa6bf60eb2210445e983b941692b79ba5202d7b513485cbb2d74ca7e, en de alinea staat in dat document op bytes 7207 tot 7728.