Citaat | Hoge Raad 3 april 1998
Alinea 39 Hoge Raad 3 april 1998
Een alinea uit Hoge Raad 3 april 1998, ECLI:NL:HR:1998:ZC2621.
Het memoreert (onder 3 en 4) dat het sedert vele jaren vast gebruik is dat (vrijwel) alle rechtbanken en gerechtshoven ter bepaling van de hoogte van een kostenveroordeling zich — behoudens bijzondere omstandigheden — baseren op het in overleg tussen de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak en de Nederlandse Orde van Advocaten tot stand gekomen ‘’Liquidatietarief rechtbanken en hoven’’ (hierna: het Liquidatietarief), en betoogt (onder 5–7) dat, nu het hier ‘’een zaak van onbepaalde waarde’’ als bedoeld in Tarief II van het Liquidatietarief betreft, het Hof volgens dit tarief tot een kostenveroordeling van maximaal ƒ 4.200,-- had moeten komen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9fbd17d3fa6bf60eb2210445e983b941692b79ba5202d7b513485cbb2d74ca7e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9fbd17d3fa6bf60eb2210445e983b941692b79ba5202d7b513485cbb2d74ca7e, en de alinea staat in dat document op bytes 9774 tot 10463.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9fbd17d3fa6bf60eb2210445e983b941692b79ba5202d7b513485cbb2d74ca7e | shasum -a 256