Citaat | Hoge Raad 3 april 1998

Alinea 41 Hoge Raad 3 april 1998

Een alinea uit Hoge Raad 3 april 1998, ECLI:NL:HR:1998:ZC2621.

3.3 Voorop moet worden gesteld dat de begroting door de rechter van de kosten van het geding, ook voor zover het het salaris van de procureur betreft, een feitelijke beslissing is, die geen motivering behoeft. De rechtsklacht faalt derhalve. Daarbij verdient opmerking dat het Liquidatietarief — waarmee de Hoge Raad ambtshalve bekend is en dat hij eveneens raadpleegt zo hij zelf, na vernietiging, de zaak afdoet en daarbij de op de voorgaande instantie(s) gevallen proceskosten begroot — geen recht is in de zin van art. 99 RO, maar slechts een de rechter niet bindende richtlijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9fbd17d3fa6bf60eb2210445e983b941692b79ba5202d7b513485cbb2d74ca7e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9fbd17d3fa6bf60eb2210445e983b941692b79ba5202d7b513485cbb2d74ca7e, en de alinea staat in dat document op bytes 10791 tot 11391.