Citaat | Hoge Raad 24 maart 1998

Alinea 26 Hoge Raad 24 maart 1998

Een alinea uit Hoge Raad 24 maart 1998, ECLI:NL:HR:1998:ZD0980.

5.1. Nu het beroep is gericht tegen een vrijspraak moet de Hoge Raad, gezien het bepaalde in het eerste lid van art. 430 Sv, allereerst beoordelen of de Procureur-Generaal in dat beroep kan worden ontvangen. Daartoe dient te worden onderzocht of de gegeven vrijspraak een andere is dan die bedoeld in de evengenoemde wetsbepaling. Dit brengt mee dat voor het onderhavige geval vooreerst moet worden beantwoord de vraag of het Hof, door te overwegen en te beslissen als hiervoren is weergegeven, de grondslag der tenlastelegging heeft verlaten en van iets anders heeft vrijgesproken dan was tenlastegelegd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9fdcee8fb79d2b9ec839d63913dd0e599a527c91263cb8f5f581a020372c5515. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9fdcee8fb79d2b9ec839d63913dd0e599a527c91263cb8f5f581a020372c5515, en de alinea staat in dat document op bytes 10524 tot 11142.