Citaat | Hoge Raad 24 maart 1998

Alinea 31 Hoge Raad 24 maart 1998

Een alinea uit Hoge Raad 24 maart 1998, ECLI:NL:HR:1998:ZD0980.

5.5. Aangezien ook overigens niet blijkt van enige omstandigheid op grond waarvan de vrijspraak zou zijn aan te merken als een andere dan de zodanige waarop in voormeld art. 430, eerste lid, Sv wordt gedoeld, kan de Procureur-Generaal in zijn beroep niet worden ontvangen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9fdcee8fb79d2b9ec839d63913dd0e599a527c91263cb8f5f581a020372c5515. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9fdcee8fb79d2b9ec839d63913dd0e599a527c91263cb8f5f581a020372c5515, en de alinea staat in dat document op bytes 12614 tot 12899.