Citaat | Hoge Raad 30 juni 1998
Onder 5.3.3. Hoge Raad 30 juni 1998
Een alinea uit Hoge Raad 30 juni 1998, ECLI:NL:HR:1998:ZD1191.
De op 6 december l994 ingestelde Parlementaire EnquĂȘtecommissie Opsporingsmethoden heeft haar eind rapport "Inzake opsporing" afgesloten met een aantal conclusies en aanbevelingen. Met betrekking tot "deals met criminelen" is de Commissie van oordeel dat deze een wettelijke basis dienen te krijgen. De Commissie bepleit grote terughoudendheid inzake der gelijke deals die zichtbaar en controleerbaar moeten zijn. Naar het oordeel van de Commissie zijn deals slechts toelaatbaar als uiterste redmiddel in zaken van georganiseerde criminaliteit of zaken van leven of dood, dient de te verkrijgen informatie essentieel te zijn voor opsporing en bewijs in die zaken en moet de deal door de rechter toetsbare getuigenverklaringen opleveren en kan de tegenprestatie bestaan uit een geldelijke beloning, het eisen van strafvermindering en enige verzachting in de strafexecutie, doch kan als tegenprestatie geen strafrechtelijke immuniteit worden toegezegd (vgl. Eindrapport, Kamerstukken II, 1995-1996, 24 072, nr 11, blz. 461-462).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f4ef25fe57aa34d7523a90565d99e274b1ec1c41da8879fe0c03fca7b2d34996. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f4ef25fe57aa34d7523a90565d99e274b1ec1c41da8879fe0c03fca7b2d34996, en de alinea staat in dat document op bytes 217588 tot 218629.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f4ef25fe57aa34d7523a90565d99e274b1ec1c41da8879fe0c03fca7b2d34996 | shasum -a 256