Citaat | Hoge Raad 8 september 1998
Alinea 33 Hoge Raad 8 september 1998
Een alinea uit Hoge Raad 8 september 1998, ECLI:NL:HR:1998:ZD1239.
Anders dan in het middel wordt betoogd kan hieraan niet afdoen dat Teeven ter terechtzitting van 14 oktober 1997 heeft aangeboden de naam van de CID-informant te noemen, nu hij daaraan als voorwaarde heeft verbonden dat de Procureur-Generaal hem daartoe opdracht zou geven. In aanmerking genomen dat het oordeel over de relevantie van vragen aan het Hof is voorbehouden, noopte de omstandigheid dat het ‘’spreekverbod’’ slechts gold voor vragen die geen betrekking hadden op de aan de verdachte tenlastegelegde feiten het Hof niet tot nadere motivering. Het Hof heeft vastgesteld dat geen sprake was van een informant wiens identiteit beschermd diende te worden, zodat de klacht gericht tegen 's Hofs overweging ten overvloede met betrekking tot het geval dat daarvan wel sprake zou zijn geen bespreking behoeft.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/32691c7ef8740928944a569148e8680df184342b6745d6cee9e534f5a652876a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 32691c7ef8740928944a569148e8680df184342b6745d6cee9e534f5a652876a, en de alinea staat in dat document op bytes 14872 tot 15706.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/32691c7ef8740928944a569148e8680df184342b6745d6cee9e534f5a652876a | shasum -a 256