Citaat | Hoge Raad 29 oktober 1999

Alinea 58 Hoge Raad 29 oktober 1999

Een alinea uit Hoge Raad 29 oktober 1999, ECLI:NL:HR:1999:AA1484.

De Rechtbank heeft zowel de vordering in conventie als de vordering in reconventie afgewezen. Aan de beslissing in conventie heeft de Rechtbank ten grondslag gelegd dat de gevraagde verklaring voor recht niet kon worden gegeven, omdat Ekkersrijt op grond van het onherroepelijk geworden kort gedingvonnis verplicht was het perceel aan [verweerster] te leveren. In reconventie heeft de Rechtbank geoordeeld dat tussen partijen geen overeenstemming bestond over de voortzetting van de huurovereenkomst en dat [verweerster] heeft ingestemd met een voortzetting van het gebruik van het perceel tegen een nieuw vastgestelde vergoeding.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bdf38cd8bf3443757f9227c9b296144122a72243f2135680646d8d5d0d143ce2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bdf38cd8bf3443757f9227c9b296144122a72243f2135680646d8d5d0d143ce2, en de alinea staat in dat document op bytes 15783 tot 16426.