Citaat | Hoge Raad 29 oktober 1999
Alinea 62 Hoge Raad 29 oktober 1999
Een alinea uit Hoge Raad 29 oktober 1999, ECLI:NL:HR:1999:AA1484.
Het onderdeel kan bij gebrek aan belang niet tot cassatie leiden. [verweerster] heeft aan haar vordering in reconventie niet mede de stelling ten grondslag gelegd dat een aanbiedingsplicht voor Ekkersrijt bestond. De vordering in reconventie is door [verweerster] slechts ingesteld omdat zij zich op het standpunt stelde dat de vergoeding aan huur dan wel gebruiksvergoeding die zij aan Ekkersrijt diende te voldoen gedurende de tijd dat zij geen eigenares was, een lager bedrag beliep dan door Ekkersrijt in rekening was gebracht. Hieruit volgt dat aan het in reconventie gewezen vonnis niet een beslissing ten grondslag ligt over de vraag of Ekkersrijt gehouden was het perceel aan [verweerster] te koop aan te bieden. Van enige tegenstrijdigheid tussen de beslissingen in conventie en in reconventie is dan ook geen sprake, zodat het Hof voormelde stelling van Ekkersrijt niet als juist had kunnen aanvaarden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bdf38cd8bf3443757f9227c9b296144122a72243f2135680646d8d5d0d143ce2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bdf38cd8bf3443757f9227c9b296144122a72243f2135680646d8d5d0d143ce2, en de alinea staat in dat document op bytes 18722 tot 19651.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bdf38cd8bf3443757f9227c9b296144122a72243f2135680646d8d5d0d143ce2 | shasum -a 256