Citaat | Hoge Raad 29 oktober 1999

Alinea 65 Hoge Raad 29 oktober 1999

Een alinea uit Hoge Raad 29 oktober 1999, ECLI:NL:HR:1999:AA1484.

In het kort gedingvonnis is voorts overwogen (rov. 6.4 en 6.7) dat uit de bedoeling van partijen bij het aangaan van de huurovereenkomst moet worden afgeleid dat Ekkersrijt het perceel tegen de overeengekomen prijs moest aanbieden, zodra over de toekomst van de snelweg duidelijkheid bestond. Het Hof heeft dit oordeel overgenomen. Het heeft daaraan toegevoegd dat, anders dan Ekkersrijt stelt, ook niet aannemelijk is geworden dat bij Ekkersrijt destijds enige andere bedoeling heeft voorgezeten dan het voorkomen van onnodige belemmeringen bij de eventuele aanleg van de snelweg. Ook deze oordelen zijn zonder nadere motivering niet begrijpelijk, alleen al omdat de door het Hof aannemelijk geachte bedoeling van partijen op gespannen voet staat met de bewoordingen van de overeenkomst, en noch in eerste aanleg, noch in hoger beroep enig onderzoek naar de bedoeling van partijen heeft plaatsgehad.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bdf38cd8bf3443757f9227c9b296144122a72243f2135680646d8d5d0d143ce2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bdf38cd8bf3443757f9227c9b296144122a72243f2135680646d8d5d0d143ce2, en de alinea staat in dat document op bytes 21961 tot 22875.