Citaat | Hoge Raad 10 november 1999

Alinea 12 Hoge Raad 10 november 1999

Een alinea uit Hoge Raad 10 november 1999, ECLI:NL:HR:1999:AA2621.

3.2. Aan zijn oordeel dat belanghebbende, die nadien ook het gastenverblijf heeft verkocht en een stuk grond - voorshands - heeft behouden, met de aan- en verkoop arbeid in de zin van artikel 22, lid 1, aanhef en onder b, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 heeft verricht, heeft het Hof kennelijk ten grondslag gelegd zijn oordeel dat voor belanghebbende ten tijde van de aankoop van de onroerende zaak met toebehoren tevens voorzienbaar was dat de na de voorgenomen verkoop van de woonboerderij resterende zaken bij verkoop een zodanig bedrag zouden kunnen opbrengen dat met de aan- en verkoop - tevens gelet op te maken kosten - uiteindelijk voordeel zou worden behaald. Laatstbedoeld oordeel behoefde evenwel nadere motivering, die door het Hof niet is gegeven. Met name kan daartoe niet dienen de enkele omstandigheid dat achteraf is gebleken dat de aan- en verkoop belanghebbende een voordelig resultaat heeft opgeleverd. 's Hofs uitspraak kan niet in stand blijven. Verwijzing moet volgen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2c9be980b2b131a5ca8acc89ab5fd2dc556691f60fe1b28a04d5cbdad247f9e8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2c9be980b2b131a5ca8acc89ab5fd2dc556691f60fe1b28a04d5cbdad247f9e8, en de alinea staat in dat document op bytes 5732 tot 6746.