Citaat | Hoge Raad 28 april 1999

Alinea 5 Hoge Raad 28 april 1999

Een alinea uit Hoge Raad 28 april 1999, ECLI:NL:HR:1999:AA2749.

3. Beoordeling van de middelen van cassatie 3.1. In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan: In 1992 heeft belanghebbende 26% van de aandelen in een Spaanse vennootschap gekocht en deze aankoop gefinancierd met een lening van ruim 2,6 miljard Spaanse peseta's, zijnde naar de koers van dat moment rond 47 miljoen gulden. De lening zou een rente dragen van 8,35 %, welk percentage was afgeleid van een gemiddeld rendement op Nederlandse staatsleningen en lager was dan de marktrente. In 1993 heeft belanghebbende de lening geheel afgelost voor een bedrag omgerekend in guldens van rond 35,9 miljoen; uit hoofde van de lening en aflossing wijzen de boeken van belanghebbende derhalve een winst uit van rond 11,1 miljoen gulden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/03b0eff478182d8c116db553f63a2ab367e5cf6130dd03d0d9175734bed653ef. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 03b0eff478182d8c116db553f63a2ab367e5cf6130dd03d0d9175734bed653ef, en de alinea staat in dat document op bytes 5756 tot 6509.