Citaat | Hoge Raad 30 juni 1999

Alinea 5 Hoge Raad 30 juni 1999

Een alinea uit Hoge Raad 30 juni 1999, ECLI:NL:HR:1999:AA2813.

3. Beoordeling van de middelen van cassatie 3.1. In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan. Belanghebbende heeft op 15 januari 1988 a pari een obligatielening uitgegeven, groot nominaal f 150.000.000,--, verdeeld in 75.000 obligaties aan toonder van nominaal f 2.000,-- elk. De obligaties geven op 15 januari van de jaren 1988 tot en met 1996 recht op een uitkering van f 10,-- en op 15 januari 1997 op een uitkering van twee maal f 10,--, onder de verplichting voor obligatiehouders om die bedragen meteen aan te wenden voor de volstorting van nieuw uit te geven certificaten van aandelen, waarbij de betalingsver- plichting van de belanghebbende en de stortingsver- plichting van de obligatiehouders met elkaar verrekend worden. De lening wordt op 15 januari 1997 a pari afgelost.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/73ea05ec3aedba874a6f5b2d46e610671ad6971a22131ab0513aa5bcffbbb2ef. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 73ea05ec3aedba874a6f5b2d46e610671ad6971a22131ab0513aa5bcffbbb2ef, en de alinea staat in dat document op bytes 6122 tot 6926.