Citaat | Hoge Raad 12 november 1999
Alinea 46 Hoge Raad 12 november 1999
Een alinea uit Hoge Raad 12 november 1999, ECLI:NL:HR:1999:AA3370.
Voorzover [eiseres] zich erop beroept dat de Staat jegens haar in strijd met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt en aldus onrechtmatig, heeft gehandeld, falen de onderdelen eveneens. Niet uitgesloten is dat, wanneer de Staat in het kader van uitvoering van belastingwetgeving onrechtmatig handelt jegens een belastingplichtige, dit handelen tevens in voormelde zin als onzorgvuldig jegens een derde moet worden aangemerkt. Of daarvan sprake is zal afhangen van de omstandigheden van het geval. Omstandigheden die in het onderhavige geval tot het oordeel zouden moeten leiden dat van een dergelijk onrechtmatig handelen van de Staat sprake is, zijn echter naar het kennelijke en niet onbegrijpelijke oordeel van het Hof gesteld noch gebleken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/90aba10ab43554bd8714515589f7eac248e30c0ddf4466b5095e272fd05da8a8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 90aba10ab43554bd8714515589f7eac248e30c0ddf4466b5095e272fd05da8a8, en de alinea staat in dat document op bytes 15696 tot 16489.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/90aba10ab43554bd8714515589f7eac248e30c0ddf4466b5095e272fd05da8a8 | shasum -a 256