Citaat | Hoge Raad 10 december 1999

Alinea 39 Hoge Raad 10 december 1999

Een alinea uit Hoge Raad 10 december 1999, ECLI:NL:HR:1999:AA3842.

Het onderdeel treft doel. Zonder nadere redengeving, die ontbreekt, is niet begrijpelijk op grond waarvan het Hof tot het oordeel is gekomen dat de vader niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij in de jaren 1989 tot en met 1991 over onvoldoende draagkracht beschikte om de door de Rechtbank vastgestelde bijdrage voor [de dochter] te voldoen. Het Hof heeft aangenomen dat de negatieve winst uit onderneming in die jaren achtereenvolgens rond ƒ 9.893,--, ƒ 12.236,-- en ƒ 24.689,-- heeft bedragen. Daaraan kan niet afdoen dat, zoals het Hof blijkens zijn rov. 3.2 heeft geoordeeld, sterk dient te worden betwijfeld of de vader zijn ondernemersactiviteiten grotendeels heeft gestaakt in februari 1995. Staking van die werkzaamheden in februari 1995 is immers zonder meer niet van belang voor de beoordeling van de draagkracht van de vader in de jaren 1989 tot en met 1991.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f27104f496ed73e10525877fb6be109a9dbbc4988ae9903d38409461d65a56cd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f27104f496ed73e10525877fb6be109a9dbbc4988ae9903d38409461d65a56cd, en de alinea staat in dat document op bytes 13019 tot 13912.