Citaat | Hoge Raad 16 juni 1999

Alinea 14 Hoge Raad 16 juni 1999

Een alinea uit Hoge Raad 16 juni 1999, ECLI:NL:HR:1999:AE8721.

3.1. De eerste klacht faalt. Uit 's Hofs uitspraak of de stukken van het geding blijkt niet van verzoeken van belanghebbende om de bij de mondelinge behandeling van de zaak door het Hof aanwezige ambtenaar E als getuige te horen dan wel van diens bij die gelegenheid afgelegde verklaringen proces-verbaal op te maken, en het Hof was daartoe niet ambtshalve gehouden. Over de aan het Hof voorbehouden vaststelling van de hoedanigheid waarin de ambtenaar ter zitting is verschenen, te weten tot bijstand van de Inspecteur, en over hetgeen door hem ter zitting is verklaard, kan in cassatie niet met vrucht worden geklaagd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/97f75dc70c12e64c93c37e6d37d6c9c7b12793ca8bbc0567f9ec73b092ce7c54. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 97f75dc70c12e64c93c37e6d37d6c9c7b12793ca8bbc0567f9ec73b092ce7c54, en de alinea staat in dat document op bytes 5524 tot 6157.