Citaat | Hoge Raad 16 april 1999
Alinea 48 Hoge Raad 16 april 1999
Een alinea uit Hoge Raad 16 april 1999, ECLI:NL:HR:1999:ZC2887.
De klacht berust op een verkeerde lezing van 's Hofs arrest en mist dus feitelijke grondslag. Het Hof heeft, zoals mede blijkt uit het vervolg van de overweging waarvan de geciteerde passage deel uitmaakt, tot uitdrukking gebracht dat het bepaalde in art. 8 ook door verzekerden in redelijkheid niet anders kan worden begrepen dan in de door het Hof aangegeven zin.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/32d1d2cd17caeb0e62cfb2e7a02e1a0b2c1d8858567e959a580920dbc71ddff0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 32d1d2cd17caeb0e62cfb2e7a02e1a0b2c1d8858567e959a580920dbc71ddff0, en de alinea staat in dat document op bytes 14439 tot 14817.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/32d1d2cd17caeb0e62cfb2e7a02e1a0b2c1d8858567e959a580920dbc71ddff0 | shasum -a 256