Citaat | Hoge Raad 16 april 1999
Alinea 49 Hoge Raad 16 april 1999
Een alinea uit Hoge Raad 16 april 1999, ECLI:NL:HR:1999:ZC2887.
3.3.2 De door onderdeel 1 onder b aangevoerde klachten komen erop neer dat 's Hofs uitleg van art. 8 der polisvoorwaarden onbegrijpelijk, althans onvoldoende gemotiveerd is in het licht van hetgeen [eiseres] heeft aangevoerd over de wijze waarop zij de polisvoorwaarden heeft opgevat en heeft mogen opvatten. In het bijzonder zou het Hof onvoldoende acht hebben geslagen op de stelling van [eiseres] dat zij, als particulier, bedoeld heeft zich te verzekeren "tegen toestand van het niet kunnen meedraaien in het arbeidsproces" en dat zij het begrip ziekte in art. 8 die zin heeft verstaan en heeft mogen verstaan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/32d1d2cd17caeb0e62cfb2e7a02e1a0b2c1d8858567e959a580920dbc71ddff0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 32d1d2cd17caeb0e62cfb2e7a02e1a0b2c1d8858567e959a580920dbc71ddff0, en de alinea staat in dat document op bytes 14833 tot 15460.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/32d1d2cd17caeb0e62cfb2e7a02e1a0b2c1d8858567e959a580920dbc71ddff0 | shasum -a 256